Insulinepomp therapie
Onderwerpen > 15. Insulinepomp therapie

Inleiding
De insulinepomp is een klein stootvast apparaatje waarmee insuline wordt geïnjecteerd. Het is via een infuusset aan het lichaam gekoppeld, dag en nacht en kan zonodig worden afgekoppeld.

Om misverstanden te voorkomen is het belangrijk om te weten dat dit apparaat niet de bloedglucose automatisch reguleert. Het kan niet de bloedglucose meten en daarop inspelen. Het kan de functies van een gezonde alvleesklier dus niet vervangen.
De ontwikkeling van zo'n systeem is in volle gang, maar voorlopig nog niet in de praktijk toepasbaar.

Werking
Om insuline-injectie mogelijk te maken is het systeem opgebouwd uit de volgende onderdelen:
- ampul gevuld met insuline;
- computer;
- motor en aandrijfstang;
- beeldscherm;
- batterijen;
- adapter en infuusset.

De vooraf geprogrammeerde computer geeft de motor opdracht om te gaan draaien. De motor is op zijn beurt, via de aandrijfstang, gekoppeld aan de insulineampul. Als de motor draait wordt de insuline uit de ampul automatisch via de infuusset in het lichaam geïnjecteerd. Het programma in de computer maakt het mogelijk dat de hoeveelheid insuline die automatisch afgegeven wordt exact is afgestemd op de persoonlijke behoefte van de gebruiker.

Bij de toediening van insuline maak je gebruik van de 'basale insulinedosering' en een 'bolus'. De 'basale insulinedosering': de insulinepomp geeft ieder uur, dag en nacht, een kleine geprogrammeerde hoeveelheid kortwerkende insuline af. Het lichaam heeft immers doorlopend behoefte aan insuline (dus ook als er niet gegeten wordt).
De insulinepomp verdeeld de benodigde hoeveelheid insuline per uur in 20 stappen. Dat betekend dat iedere drie minuten 1/20e deel uurinsuline wordt afgegeven. Dit is echt heel weinig. De mogelijkheid hiertoe geef al aan hoe ingenieus en nauwkeurig de pomp wel niet is.
De 'bolus' is een extra hoeveelheid insuline die gegeven wordt om maaltijden of een eventuele te hoge bloedglucosewaarde op te vangen. De insulinepomp maakt alleen nog maar gebruik van (ultra)kortwerkende insuline, dus geen verlengdwerkende insuline (NPH of insulatard) meer.

De insulinepomp en toebehoren
Aan de hand van verscheidene foto's en een omschrijving zal u meer duidelijkheid krijgen over de insulinepomp met enkele toebehoren.
De foto's betreffen de D-TRON plus, fabrikant Disetronic. Er zijn echter meerdere insulinepompen op de markt, evenals de toebehoren als bv. infuusset.

1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14

De infuusset (2) wordt met de onderzijde (4) in de quick-serter (5) gelegd, beschermkapjes en papier wordt verwijderd. Vervolgens breng je de quick-serter op spanning (6) en plaats je hem op de buik. Door de witte knopjes in te drukken schiet de naald, met het infuusbuisje eromheen (7), in je buik. De naald kan eruit worden getrokken (8) en de infuusset blijft op de buik plakken (13). Het kleine buisje om de naald blijft dus wel in je buik steken.

Indien gewenst kan de slang met pomp tijdelijkworden afgekoppeld en blijft het infuus in de buik zitten (14). Dit is erg makkelijk bij bv. douchen of zwemmen.

Om de twee a drie dagen dien je het infuus te verwijderen en op een andere plaats een nieuwe aan te brengen.
Opgemerkt dient te worden dat de meeste infuussets handmatig dienen te worden aangebracht zonder een hulpmiddel als de quick-serter.

Redenen voor het gebruik van een insulinepomp
Uit een groot Amerikaans onderzoek bleek, dat het aantal complicaties als gevolg van diabetes bijna 70% daalt, wanneer de diabetes behandeld wordt met behulp van intensieve insuline therapie (minimaal 4 maal per dag insuline injecteren).

Ondanks deze geweldige prestaties zijn er toch meerdere redenen om over te gaan op insulinepomp therapie. Uit het onderzoek bleek ook, dat de kans op complicaties nog kleiner wordt bij insulinepomp therapie. De belangrijkste reden voor dit verschil is de injectie van verlengdwerkende (NPH/insulatard) insuline die meestal voor het slapen gaan gegeven wordt. Deze insuline wordt namelijk nogal wisselend door het lichaam opgenomen. Deze wisselingen in de opnamesnelheid zijn de oorzaak van doorlopende schommelingen van de bloedglucose gedurende de dag. Een belangrijk deel van deze schommelingen wordt voorkomen, doordat de insulinepomp alleen gebruik maakt van (ultra)kortwerkende insuline. Dit resulteert in een stabieler en beter gereguleerde diabetes met behulp van een pomp.

De behandeling met een insulinepomp heeft nog een groot aantal andere voordelen die 'het leven met diabetes' verbeteren.
Een paar belangrijke voordelen op een rij:
- de insulinedosering kan aangepast worden aan de basale behoefte op dat moment;
- meer of minder eten kan zonder gevaar omdat de insulinedosering aangepast wordt aan de hoeveelheid koolhydraten. Buiten de deur eten is zo eenvoudiger;
- de insulinedosering kan aangepast worden aan de lichamelijke activiteit. Tussendoortjes om deze activiteit op te vangen zijn hierdoor niet meer verplicht;
- het is mogelijk een maaltijd uit te stellen of over te slaan;
- uitslapen is eenvoudiger op te vangen;
- bij ontregeling door bv. ziekte is het met behulp van een insulinepomp een stuk gemakkelijker om redelijk gereguleerd te blijven.

Deze voordelen bereikt de pomp dankzij twee hele belangrijke factoren:
1. de toediening van de insuline lijkt sterk op de toediening van insuline door het lichaam zelf;
2. doordat de pomp alleen (ultra)kortwerkende insuline gebruikt zijn er bijna geen schommelingen in de insulineopname door het lichaam.